We nemen afscheid van hen die ons huis al verlieten of in de komende tijd voor altijd weggaan, om niet meer terug te keren. We nemen afscheid van hen voor een lange verre reis. Deze reis heeft een naam: het leven. Vaak dachten we erover na, hoe afscheid van hen te nemen, welke raad mee te geven. Helaas zijn woorden arm en zwak.
We geven jullie niets. We geven jullie geen God, want die moet je zelf in je eigen hart zoeken, in een eenzame strijd. We geven jullie geen vaderland, want dat moet je zelf door eigen inspanning van je hart en door nadenken vinden. We geven jullie geen naastenliefde, want er is geen liefde zonder vergeving en vergeving is moeilijk, een inspanning die ieder zelf op zich moet nemen.
We geven jullie één ding:
een vurig verlangen
naar een beter leven, dat er niet is, maar dat toch eens zal bestaan, een leven van waarheid en gerechtigheid. Misschien zal dit verlangen jullie naar God, naar een vaderland en naar de liefde leiden. Het ga jullie goed.
Janusz Korczak (1878-1942) was een Pools-joodse kinderarts, pedagoog en schrijver. Hij leidde van 1912-1942 een Joods weeshuis in Warschau, waar hij opmerkelijke opvoedkundige ideeën invoerde. In 1942 werd hij met zijn weeskinderen uit het getto van Warschau naar het vernietigingskamp Treblinka gedeporteerd en daar vermoord. Bovenstaande woorden publiceerde Korczak als afscheidsbrief in de krant van het weeshuis voor hen die het huis verlieten.
"Dat verborgen vuur… Je kunt eraan voorbijgaan, maar dan loop je vroeg of laat vast. Je loopt leeg…. ".